Het ondergrondse rijk van Augustus

In augustus van het jaar 2013 kwam Gustje bij ons aan boord wonen. Als getraumatiseerde vondeling ruilde hij met voorzichtige stapjes het straatleven in voor een warm nest aan boord van de Eiland. Na al die jaren was hij een doorwinterde scheepsjongen geworden die overal trouw met ons meereisde.

Stoer kunnen we Gustje nooit noemen, want enkel bij wie hij heel goed kent voelt hij zich een beetje op z’n gemak. Hoorde hij evenwel onbekende voetstappen naderen, dan dook hij snel zijn beschutte holletje onder de grond weer in.

In de houten vloer van onze woonst was een klein luikje gemaakt waarlangs wij een tankmeter konden inspecteren. Jonge Gust ontdekte dit gat al snel en het werd voor hem de ingang naar een veilig oord waar hij kon schuilen voor de gevaarlijke buitenwereld. Het is altijd een schattig desgewenst grappig zicht geweest.

Na poosje was Gustje minstens vier keer groter en zwaarder geworden dan in de begindagen aan boord. Maar zijn gewoonte om dekking te zoeken in zijn holletje heeft hij behouden tot de laatste dag dat hij er woonde. En hij verliet het overdag enkel wanneer hij zeker wist dat de kust veilig was.

Gustje had heel wat behendigheid en speciale technieken nodig om zich in en uit het gaatje in de vloer te wurmen. Wanneer de avond was gevallen verliet hij sowieso zijn sponde, soms tot grote verbazing en hilariteit van de op dat moment aanwezige gasten.